Financiering

" De universitaire ziekenhuizen vervullen een unieke functie : ze verzorgen patiënten met meer ernstige aandoenigen, innoveren in zorg en leiden geneesheer-specialisten op. Hierdoor maken ze extra zorgkosten in vergelijking met de algemene ziekenhuizen. De financiering die ze hiervoor ontvangen is ontoerijkend en dit in vergelijking met de universitaire centra in de ons omringende landen. "

De 7 UZ’s hebben een bijzondere functie in het Belgische gezondheidszorgsysteem. Ze integreren onderzoek, onderwijs en derdelijnszorg op een unieke manier. Hierdoor kunnen ze naast basiszorg ook complexe zorg aanleveren en nemen ze de taak op van ’last resort’ functie. Ze zijn door de overheid aangewezen om een aantal taken op zich te nemen zoals de transplantatiezorg en moeten een aantal unieke faciliteiten 24 uur op 24 uur aanbieden 7 dagen op 7. Dit maakt dat deze ziekenhuizen beschikken over een andere infrastructuur en bestaffing. Hiervoor krijgen de 7 UZ’s een bijkomende financiering, die evenwel te weinig is om dit takenpakket te dekken.

Het statuut van de universitaire ziekenhuizen is vastgelegd in een artikel 4 van de wet op de ziekenhuizen. De zeven universitaire ziekenhuizen kregen in 2013 voor hun specifieke missie een bedrag van 139 miljoen euro en dit tegenover een omzet van 3,2 miljard euro. In de ons omringende landen krijgen de Universitaire ziekenhuizen een veelvoud van dit bedrag om hun specifieke taken te ontplooien.

De uitgaven van de Belgische gezondheidszorg staan al enkele jaren onder druk. België spendeert ruim 10% van het BNP aan gezondheidszorg. De voorbije jaren is er een gestage druk om de groei te beperken en kosten te besparen. De huidige financiële crisis heeft die druk nog vergroot en leidde ertoe dat de UZ’s de afgelopen drie jaar voor meer dan 100 miljoen euro aan besparingen kregen opgelegd. In 2013 alleen liepen de besparingen op tot meer dan 53 miljoen euro voor de 7 UZ’s.

Dit maakt dat de universitaire functie van de UZ’s onder druk komt te staan en de unieke kruisbestuiving tussen onderzoek, zorg en opleiding dreigt te verdwijnen, met nefaste gevolgen voor de zorgkwaliteit.

Wetgeving

Deze bijkomende financiële middelen worden samengevoegd in het “onderdeel B7A van het ziekenhuisbudget” (art. 77) van het KB van 25 april 2002 met betrekking tot de bepaling en uitbetaling van de financiële middelen voor de ziekenhuizen).

KB 25/04/2002 B7

 

Het globale bedrag (100%) wordt volgens onderstaande verdeelsleutel toegewezen:

  • 60% voor de kosten van het bijkomend verzorgend personeel dat nodig is voor patiëntenzorg binnen een universitaire context;
  • 25% voor het financieren van klinisch onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe medische technologieën. Om hierop aanspraak te kunnen maken moeten de universitaire ziekenhuizen per 10 bedden en over een periode van drie jaar minimaal 10 wetenschappelijke artikels publiceren en zijn, over eenzelfde tijdsbestek, minimaal 4 publicaties vereist die elk ten minste 10 verschillende specialismen bestrijken.
  • 15% voor de bekostiging van klinische opleiding en vorming

Het bedrag toegekend aan elk ziekenhuis wordt berekend op basis van het aantal stagemeesters en het aantal artsen in opleiding (ASO).

Om aanspraak te kunnen maken op deze financiering, moeten de 7 universitaire ziekenhuizen voldoen aan elk van de voorwaarden van bijlage 12 van het KB van 25 april 2002.

Bovendien moeten ze jaarlijks een reeks gegevens meedelen aan de Algemene Directie van Gezondheidszorginstellingen, Federale Overheidsdienst Volksgezondheid (FOD), Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu zoals:

  • het aantal stagemeesters en specialisten in opleiding
  • de referenties van wetenschappelijke publicaties over toegepast klinisch onderzoek en de ontwikkeling en toepassing van nieuwe medische technieken tijdens de drie jaar voorafgaandelijk aan het jaar waarvoor het budget geldt.
  • het bewijs dat ze aan alle vereisten van wetenschappelijke publicaties voldoen.